Eigenlijk ongewassen
rent het figuur hangt een elegant oortje, oor met lang gewonden peristoomtanden op dijken, tsss… blikken blikt het schaapjesvolk met zwarte kopjes terecht iedere ieder ieders woord languit op het kapok gevonden, kijk ik wis het voor het zelf geslepen klanken vergif voor onnozelen, gerepte platvloerse pakken in oeraard samen, gaart dit uur, woord voor eigen woord riekt naar grote grote grote wijsheid